De St. Michielsbaai
Vanaf het moment dat pa zijn rijbewijs had gehaald, reden we geregeld in een knalrode VW kever, de C-4034, naar de St. Michielsbaai. De eerste keer dat ik daar kwam keek ik wat verbaast naar de afzetting in het water. Lange lijnen met drijvers die aan twee grote zwarte drijvende mijnen waren bevestigd, gaven aan dat het afgebakende stuk louter voor mensen van de Marine / Mariniers waren. Zodra een Antilliaans kind maar in de buurt van die lijnen kwam, werd al geroepen dat het weg moest. Het deed mij denken aan de voorgaande jaren in Leiderdorp. Als donker jongetje werd ik ook soms op bepaalde plaatsen geweerd.
Midden in het afgebakende vierkant stuk zwemwater dreef een vlot. Zodra we vanaf de steiger het heerlijk warme water in doken, zwommen we naar het vlot. Op een van de weinige kleurenfoto's zitten mijn broer Joop en oudste zus Hanny op het vlot. Zo'n middagje zwemmen was een heerlijke verkoeling. Maar de reis naar huis bracht daar snel verandering in. De grootste uitdaging was het weer instappen in de inmiddels gloeiend hete kever. De bekleding van skai was bijna gesmolten. Vaak legden we eerst de (natte) handdoeken op de bank en stoelen, al vond pa dat niet geslaagd.
Als pa om een of andere reden niet achter het stuur kon kruipen, dan werden we door een vriend van hem, sergeant IJzendoorn (Marinier) vervoerd. Meneer IJzendoorn, een sympathieke man van eveneens Indonesische afkomst, reed zodoende geregeld in pa's kever over het eiland.






